Notice: Trying to get property of non-object in C:\Internetsite\www\ontwikkel\series\includes\cls_pagina.php on line 361

Notice: Trying to get property of non-object in C:\Internetsite\www\ontwikkel\series\includes\paginas\cls_nieuwsitempagina.inc.php on line 107
Serie Recht en Praktijk (compleet) - Maurits en de Vrije Jongens van Zandvoort
Jongbloed, de boekhandel voor juridisch Nederland

 donderdag 08 mei 2008
Maurits en de Vrije Jongens van Zandvoort

Casus
Maurits woont in Zandvoort, is 43 jaar en zwakbegaafd. Hij leeft in een eigen wereld, is eigenwijs, luistert niet naar wijze raad, draaft maar door en is goed van vertrouwen. Tot 2004 heeft hij 20 jaar lang als autopoetser gewerkt bij ‘Het Motorhuis’. In dat jaar nam hij ontslag en ging zakelijk in zee met zijn vriend Van E., waarmee hij jarenlang in ‘Het Motorhuis’ had gewerkt. Van E. had samen met een zekere S. in 1998 het garagebedrijf Ekstein opgestart. Dat lukte niet zo goed. In de periode 1998–2001 draaide de onderneming louter verlies en ook de jaren daarna leverden geen rooskleurig beeld op. Nieuwe investeringsimpulsen waren gewenst. Die vonden ze bij Maurits, die een onbegrensd vertrouwen had in zijn vriend Van E. Beide vennoten paaiden hem met het spannende vooruitzicht, dat hij mededirecteur/-aandeelhouder van Ekstein zou worden. Dat sprak Maurits aan en tegen alle redelijke adviezen in, zonder kennis of enig begrip over de financiële situatie van de onderneming– kocht hij zich voor € 110.000, - in. Om de aandelen te kunnen kopen sloot Maurits een lening af. Kort daarna verklaarde hij zich ook bereid tot betaling van (een groot deel) van de schulden van Ekstein. Een tweede lening volgde. Het was dweilen met de kraan open en zakenpartner S stapte uit het bedrijf. Om Ekstein van de ondergang te redden belastte Maurits in mei 2004 zijn eigen huis met een hypotheek. Die werd hem verstrekt als voorschot op een uit erfenis te ontvangen gelden. Van E. had hem herhaaldelijk voorgehouden, dat zij anders hun geld kwijt zouden zijn en dat de zaak, waar hij net (mede)directeur/-aandeelhouder van was geworden, zou moeten worden gesloten. Naar Ekstein maakte Maurits daarom nog eens een bedrag van ongeveer € 137.000, - over. Zijn investeringen waren daarmee opgelopen tot ongeveer € 500.000, -. Op 15 december 2004 ging Ekstein failliet. Op 2 februari 2005 werd Maurits op verzoek van zijn ouders wegens verkwisting onder curatele gesteld. De curator van Maurits daagt de twee garagehouders vervolgens voor de rechter, omdat de door Maurits terzake van Ekstein verrichte rechtshandelingen door misbruik van omstandigheden tot stand gekomen zijn.

Van feitelijk geschil naar juridisch geschil
Maurits was, toen hij zich inkocht in het bedrijf Ekstein en daartoe eerst leningen en later omstreeks mei 2004 een hypotheek op zijn woning afsloot, handelingsbevoegd. Bij beschikking van 2 februari 2005 is Maurits wegens verkwisting onder curatele gesteld. Dat gebeurde o.g.v. art. 1:378, eerste lid onder b BW. De als gevolg van die maatregel benoemde curator daagt in 2005 beide garagehouders voor de rechter. Zij hebben volgens hem in de periode dat Maurits zich inkocht in Ekstein tot aan het faillissement van die onderneming misbruik gemaakt van de omstandigheden en daarmee tegen hem onrechtmatig gehandeld. Hij verzoekt de rechter namens Maurits het daardoor voor eiser ontstane nadeel op te heffen, dan wel vernietiging uit te spreken van de rechtshandeling tot overdracht van de aandelen in Ekstein tussen Steiner Holding en Maurits. Het lukt de curator vooralsnog niet voldoende bewijs te leveren en omdat hij ex art. 166, eerste lid Rv een bewijsaanbod heeft gedaan, heeft de rechter bij tussenvonnis van 26 juli 2006 hem opgedragen het volgende te bewijzen:
1) S. en Steiner Holding BV, wisten of moesten begrijpen, dat eiser door bijzondere omstandigheden, zoals afhankelijkheid, lichtzinnigheid, abnormale geestestoestand of onervarenheid, bewogen werd tot de koop en (het verlenen van zijn medewerking aan) de levering van de aandelen van Steiner Holding in Ekstein; 2) Van E. en Van Ekeren Holding BV wisten of moesten begrijpen, dat eiser door dezelfde bijzondere omstandigheden, zoals hiervoor genoemd, bewogen werd tot het verrichten van de rechtshandelingen die ten grondslag liggen aan alle andere transacties waarbij zijn geldelijk vermogen is doorgesluisd naar Ekstein; 3) Alle gedaagden hebben het tot stand komen van genoemde rechtshandeling(en) bevorderd in plaats van hem daarvan te weerhouden.
De curator heeft daarop op 24 oktober 2006 drie door hem opgeroepen getuigen doen horen door de rechtbank, waarna Van E. en S. gebruik maakten van hun wettelijke mogelijkheid (art. 168 Rv) tegenbewijs te leveren. Zij hebben mede namens hun holdings in contra–enquête zichzelf als partijgetuige doen horen (art. 164 Rv) en een ander als getuige voorgebracht. Omdat het hier gaat om het leveren van tegenbewijs heeft hun verklaring volledige bewijskracht (art. 164, tweede lid Rv). De rechtbank heeft hen gehoord op 13 september 2007.

De wet
Art. 3:44, eerst lid regelt drie wilsgebreken. Wanneer een rechtshandeling door bedreiging, bedrog of misbruik van omstandigheden is tot stand gekomen, is zij vernietigbaar. Het vierde wilsgebrek, de dwaling, is opgenomen in het overeenkomstenrecht (art. 6:228 BW) en heeft dus in beginsel een beperkter toepassingsbereik. Wil en verklaring stemmen overeen. Er is dus voldaan aan het vereiste in art. 3:33 BW. De aanwezige wil van de handelende persoon is echter op onregelmatige wijze tot stand gekomen.
Het vierde lid van art. 3:44 BW bepaalt wanneer undue influence, misbruik van omstandigheden, aanwezig is. Het gaat daarbij om de situatie waarin iemand door bijzondere omstandigheden bewogen wordt tot het verrichten van een rechtshandeling, terwijl de wederpartij weet of moet begrijpen dat die omstandigheden het overzien van de eigen belangen bemoeilijken. Desondanks bevordert hij het tot stand komen van die overeenkomst, terwijl wat hij weet of moet begrijpen hem daarvan zou behoren te weerhouden. In het artikel worden enkele bijzondere omstandigheden genoemd, zoals noodtoestand, afhankelijkheid, lichtzinnigheid, abnormale geestestoestand of onervarenheid. De opsomming is niet limitatief. Ze hebben alle gemeen dat zij zich kenmerken door de zwakke positie die degene in die omstandigheden inneemt ten opzichte van de ander.
Art. 3:54, tweede lid BW bepaalt dat de rechter op verlangen van een der partijen –in plaats van een vernietiging uit te spreken– ter opheffing van het nadeel de gevolgen van de rechtshandeling(en) kan wijzigen. Hij kan daartoe alleen overgaan als dat van hem wordt verlangd.

De rechtbank
O.g.v. het voorhanden schriftelijke bewijsmateriaal en de door de getuigen afgelegde verklaringen is de rechtbank van oordeel dat gedaagden wisten of moesten begrijpen dat bij eiser (onder meer) in de periode dat hij zich inkocht in Ekstein tot aan het faillissement van die onderneming sprake was van een situatie van abnormale geestestoestand, onervarenheid en lichtzinnigheid. Daartoe zijn de volgende omstandigheden redengevend: Eiser is op 2 februari 2005 wegens verkwisting onder curatele gesteld. Volgens een psychologisch rapport aangaande eiser van 7 juni 2005 blijkt dat hij verstandelijk functioneert op het niveau van zwakbegaafdheid. Dit beeld wordt gestaafd door getuigenverklaringen: (1) Gedurende de 20 jaar dat Maurits in dienst van ‘Het Motorhuis’ was, werd hij beschouwd als een ‘speciaal geval’, waarbij louter zakelijke motieven geen rol hebben gespeeld. Autopoetser was voor hem de maximaal haalbare functie. (2) Uiteraard had ik het gevoel met een zwakbegaafde te maken. (3) met Maurits kan nauwelijks een normaal gesprek worden gevoerd. Hij leeft in een eigen wereld, luistert niet en draaft maar door.Voor mij is hij evident zwakbegaafd. De door de wederpartij afgelegde verklaringen, dat eiser niet zwakbegaafd zou zijn, leggen in dit verband onvoldoende gewicht in de schaal, temeer omdat de gedaagden Van E. en S. de voorgenomen aandelentransactie door eiser met diens ouders hadden besproken. Dat lag, gelet op de leeftijd van eiser (43 jaar) toch niet voor de hand. Bovendien was Van E. met eiser bevriend en had hij jarenlang met hem gewerkt. S. had vóór de aandelentransactie weliswaar niet met eiser gewerkt, maar had hem volgens eigen verklaring écht leren kennen vanaf de start van Ekstein in 1998 en had zeker, toen de mogelijkheid van de overname van de aandelen in Ekstein door eiser werd besproken, intensief contact met hem. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking de verklaring van S., dat hij vond “dat eiser indertijd voldoende werd begeleid door zijn ouders en accountant”, een opmerking die zonder de door de andere getuigen genoemde bijzondere omstandigheden m.b.t. de persoon van eiser niet te begrijpen valt.
Het is voorts aannemelijk dat eiser zo was gegrepen door de idee om (mede)directeur/-aandeelhouder van Ekstein te worden, dat hij tegen alle redelijke adviezen om het niet te doen in en zonder enige reële kennis of enig begrip omtrent de (desastreuze) financiële situatie van de onderneming heeft ingestemd met de aandelentransactie en daarin vervolgens heeft volhard. Nu deze handelwijze slechts begrijpelijk is als rekening wordt gehouden met de mogelijkheden en de geestestoestand van eiser, is bewezen dat hij door zijn abnormale geestestoestand, onervarenheid en lichtzinnigheid is bewogen tot de aandelentransactie. Als gevolg van die omstandigheden heeft eiser de hem verstrekte informatie en de hem (onder meer door S.) gegeven adviezen niet op waarde kunnen schatten. Hetzelfde geldt voor de nadien door hem verrichte betalingen, waarvoor hij niet alleen zijn vermogen heeft uitgeput, maar tevens de hem in eigendom toebehorende woning met een (aanzienlijke) hypothecaire schuld heeft belast. Gedaagden hebben tegen eiser onrechtmatig gehandeld. S. en Steiner Holding BV zijn daardoor tegen eiser hoofdelijk aansprakelijk voor een bedrag van € 55.000, - en Van E. en Van Ekeren Holding BV voor een bedrag van € 415.360,84. Met die beslissingen van de rechtbank is het nadeel van eiser opgeheven en heeft hij, mede gelet op de omstandigheid dat Ekstein sinds 15 december 2004 in staat van faillissement verkeert, geen verder belang meer. Daarom verklaart de rechtbank de curator niet–ontvankelijk in zijn vordering tot vernietiging van de rechtshandeling tot overdracht van de aandelen in Ekstein tussen Steiner Holding en eiser. Die laatste beslissing heeft slechts formele betekenis en doet niets af aan het feit dat de vordering integraal is toegewezen.

Aantekening
Degene die een ander bedreigt, bedriegt, of misbruik van omstandigheden maakt, zal vrijwel steeds een onrechtmatige daad tegen die ander plegen. Hij is dan op grond van art. 6:162 BW tegen zijn slachtoffer tot schadevergoeding verplicht. De vordering uit onrechtmatige daad kan met een vernietiging worden gecombineerd, maar kan ook bij instandhouding van de rechtshandeling worden ingesteld. Bij een meerzijdige rechtshandeling, die vernietigbaar is wegens misbruik van omstandigheden, kan art. 3:54 BW (buiten of in rechte) ertoe leiden dat de rechtshandeling in een aangepaste versie in stand blijft.Voor beantwoording van de vraag of sprake is van misbruik van omstandigheden komt het enkel aan op omstandigheden bij het aangaan van de overeenkomst. Het hebben van nadeel is daarbij geen voorwaarde maar wel een factor voor toewijzing van een vordering. De wederpartij moet wel de bijzondere omstandigheden hebben gekend of had die moeten kennen en daarvan misbruik hebben gemaakt. Tussen die omstandigheden en het verrichten van de rechtshandeling moet een causaal verband bestaan. Dat betekent dat degene die vernietiging op grond van dit wilsgebrek vordert, de rechtshandeling niet of niet op dezelfde voorwaarden zou zijn aangegaan indien de bijzondere omstandigheden afwezig zouden zijn geweest. Het is niet vereist dat degene die de totstandkoming van de rechtshandeling bevorderde het initiatief daartoe had genomen of zich actief had opgesteld.

Boeken behorende bij dit nieuwsitem


Rechtshandeling en overeenkomst

Auteurs: Dam, Hijma, Schendel, Schendel, Valk, Valk

Dit boek is gewijd aan de vermogensrechtelijke rechtshandeling, en met name aan de traditioneel meest belangrijke verschijningsvorm daarvan, de (obligatoire) overeenkomst. Na een algemene inleiding w... Meer informatie

Onze prijs: ca. € 40.68
Niet leverbaar Dit boek is (nog) niet leverbaar
Verwachte leverdatum: Uitverkocht

Kluwer | 5e editie | Verschijnt in 2007

Het hedendaagse personen- en familierecht

Auteurs: Blankman, Heida, Linden, Punselie, Raak-Kuiper, Vlaardingerbroek

Het familie- en gezinsleven van individuele personen neemt binnen de samenleving een belangrijke plaats in. Het functioneren van het individu als persoon in de samenleving en binnen het familie- en g... Meer informatie

Onze prijs: ca. € 49.25
Niet leverbaar Dit boek is (nog) niet leverbaar
Verwachte leverdatum: Uitverkocht

Kluwer | 5e editie | Verschijnt in 2008

Curatele, bewind en mentorschap

Auteurs: Jansen

Deze uitgave bevat een praktische handleiding inzake de nieuwe regelingen in het personen- en familierecht over curatele, mentorschap en bewind.... Meer informatie

Onze prijs: ca. € 29.50
Niet leverbaar Dit boek is (nog) niet leverbaar
Verwachte leverdatum: Uitverkocht

Kluwer | 1e editie | Verschijnt in 2008

Misbruik van omstandigheden

Auteurs: Rossum

Misbruik van omstandigheden is een gecompliceerd leerstuk, niet in de laatste plaats omdat het nauw verweven is met andere rechtsfiguren, zoals geestesstoornis, ongeoorloofde oorzaak, dwaling en de be... Meer informatie

Onze prijs: ca. € 22.56
Niet leverbaar Dit boek is (nog) niet leverbaar
Verwachte leverdatum: Uitverkocht

W.E.J. Tjeenk Willink | 1e editie | Verschijnt in 1998